Reorganisatie gemeente Amsterdam “topdown”

Home / Uncategorized / Reorganisatie gemeente Amsterdam “topdown”

Reorganisatie gemeente Amsterdam “topdown”

Het tijdschrift Binnenlandsbestuur schrijft dit op zijn website. In een interview met de gemeentesecretaris en de COR-voorzitter wordt teruggeblikt op de reorganisatie en een verandering van de medezeggenschapsstructuur. Volgens de COR-voorzitter heeft de verantwoordelijk (voor het programma “De slagvaardige overheid) wethouder toegegeven dat de reorganisatie “teveel topdown” was.

Verantwoordelijkheden laag, meer resultaatsturing: daar gaan we weer!

Amsterdam staat niet alleen in zijn wens om tot meer resultaatsturing te komen. Dit vanuit een bezuinigingsopdracht of de wens de medewerkers meer ruimte te geven om ‘het beste’ te doen voor klant/cliënt of burger. Om resultaatsturing te realiseren worden structuren aangepast, functiehuizen méér generiek gemaakt en werkprocessen aangepast. In dit soort operaties lijkt weinig oog voor de verandering die de medewerker door moet maken. Met het aanpassen van deze traditionele instrumenten ben je er (vaak) niet. De medewerker moet in staat zijn zich te verhouden tot een dergelijke verandering en bij machte zijn erop te reageren, suggesties te doen en aan te geven hoe veranderingen gerealiseerd kunnen worden. Medewerkers zien vaak goed wat er nodig is om bepaalde resultaten te behalen. Probleem is dat er geen ruimte wordt geboden om dit in de implementatie van beleid mee te nemen. Goed bedoelde functionarissen dénken te weten wat medewerkers nodig hebben. Wat er in organisaties ontbreekt, ontbreekt ook in de samenleving.

“Zelfbeschikking is lang niet goed voor iedereen”

In NRC Handelsblad (29 & 30 juli 2017) betoogt Herman Vuijsje (socioloog en publicist) dat ontwikkelingen waarin de burger meer zelf moet doen niet voor iedereen goed is. “[M]aar voor de minst weerbaren, maatschappelijk zwakken, kansarme immigranten, slechtopgeleiden en mensen die in de globale economie buitenspel komen te staan, komt het afkondigen van totale zelfbeschikking juist neer op minder kansen. Zij zijn het slachtoffer – van de trend naar zelfbeschikking, maar van ongeclausuleerde manier waarop dat goedje de afgelopen decennia als een soort haarlemmerolie over ‘beleids-Nederland’ is uitgegoten”. Vuijsje slaat hier, gedeeltelijk, de spijker op zijn kop: “zelfbeschikking”, “participatie” en “eigen verantwoordelijkheid” lijken een panacee voor alles. Zowel de burger als de medewerker moet ruimte krijgen zich te verhouden tot deze verandering ten einde ze ook ‘eigen te maken’.

Geef burger, medewerker of cliënt ruimte om ‘nee’ te zeggen

“Zelfbeschikking”, “participatie” en “eigen verantwoordelijkheid” zijn oplossingen voor allerlei

zelfbeschikking

problemen maar ziet de burger, medewerker of cliënt die oplossing wel zitten? We kunnen nog zoveel veranderen, maar als de klant zijn gedrag niet verandert, of de burger de handschoen niet oppakt om zijn eigen straatje schoon te houden of de familie van de cliënt de mantelzorg niet vormgeeft, wat verandert er dan? Exact: beleid-Nederland maar de dagelijkse praktijk niet. Waar Vuijsje dit ophangt aan de ‘minst weerbaren’ zien wij dat dit niet met opleidingsniveau, afkomst of economische status te maken heeft maar met het ontbreken van ‘zelfbeschikkingsrecht op zelfbeschikking’. Wie bepaalt voor wie waarin hij zelfbeschikking moet hebben?

Mag je als burger of medewerker ook aangeven wat je wel zelf wil organiseren en wat niet? Op basis daarvan kan de overheid of een directeur maatwerk betrachten. En de burger, klant of cliënt kan nadenken over zijn eigen rol en wat een dergelijke verandering voor hem of haar betekent. Immers zelfbeschikkingsrecht levert ook kansen op ontwikkeling op maar niet als er géén keuzevrijheid is.

Recent Posts
Afbeelding met groepen op basis van een organisatiestructuur.